×

Een woordje geschiedenis…

De vroegste geschiedenis van Sint-Truiden gaat terug tot de Romeinse tijd, toen zich op de plek van het tegenwoordige Sint-Truiden, aan een kruispunt van heirbanen, reeds een kleine bewoningskern vormde, later Zerkingen genoemd. In 655 stichtte Trudo op deze plek een monnikengemeenschap, die geleidelijk uitgroeide tot de abdij van Sint-Truiden. Later werd Sint-Trudo heiligverklaard, zoals veel leden van de Frankische adel. Nadat er bij het graf van de heilige Trudo enkele wonderen waren gebeurd, ontwikkelde de plaats zich tot bedevaartsoord. Door de vele pelgrims kwamen ook handel en dienstverlening tot bloei. De naam Zerkingen raakte aldus geleidelijk in onbruik en de stad ging Sint-Truiden heten.

Van de abdijgebouwen is bekend dat bisschop Adalbero I van Metz, die ook abt van Sint-Truiden was, rond 950 een nieuwe, driebeukige kerk bouwde. De 11e eeuw was een bloeiperiode voor de abdij. In deze periode begon de bouw van wat waarschijnlijk de derde abdijkerk was, een grote romaanse kerk van 100 m lang en 27 m breed.

In 1129 werd de aarden omwalling uit 1050 vervangen door stenen stadsmuren. De abten van Sint-Trudo waren in Sint-Truiden ook verantwoordelijk voor de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Sint-Gangulfuskerk en de Sint-Maartenkerk, de drie parochiekerken binnen de stadsmuren.

In 1227 werd Sint-Truiden een van de 23 Goede Steden van het prinsbisdom Luik.

De groei en bloei van de middeleeuwse stad werd sterk in de hand gewerkt door de lakennij­verheid en de verre handel.  Sint-Truidense handelaars trokken naar Engeland, naar de jaar­markten van Champagne, naar talrijke steden in het Duitse rijk.  De Grote Markt blijft de belangrijkste getuige van de plaatselijke handel : vanuit het kerkplein van de abdij werd een steeds grotere ruimte voorbehouden voor de talrijke marktactiviteiten.  Middenin, op de scheidingslijn van het district van de abt en dat van de prins-bisschop (sinds 1227 was dat de prins-bisschop van Luik), werd een hal gebouwd.  Later, in de achttiende eeuw, werd over de hal en rond de halletoren het stadhuis gebouwd.  Met de abdijtoren en met de Onze-Lieve-Vrouwekerk werd dat het uithangbord van de stad.

De economische en sociale activiteiten in de stad werden georganiseerd in dertien ambachten.  Binnen het land van Luik bevochten zij mee de deelname van de steden in het staatsbestuur en in eigen stad verwierven ze de democratische controle over het stedelijk bestuur.  Als symbool daarvan werd bij de hal een perron opgericht bekroond met een vergulde adelaar.

Karel de Stoute veroverde de stad in 1467, wat het begin van een terugval betekende voor de stad. De stadswallen werden in 1675 ontmanteld. Na de ontmanteling en de afbraak van de overblijvende muren bleef het tracé bewaard in het stadspark en de vesten.  Van de Brustempoort bleef een nog omvangrijk ondergronds gedeelte bewaard.

De abten van Sint-Trudo behielden door de eeuwen veel invloed in de stad. De abt was medeheer van de stad, met alle invloed en gezag daaraan verbonden. De abdij werd in de 17e en 18e eeuw verder uitgebreid, waardoor een indrukwekkend complex ontstond. Toch waren er maar amper 25 monniken. De abt bezat tevens een kasteel in Nieuwenhoven, terwijl de monniken hun vrije tijd konden vermeien in het iets bescheidener Speelhof. Aan het einde van de 18e eeuw kwam aan deze situatie een plotseling en radicaal einde. De inval van Franse revolutionaire troepen in 1792 betekende het einde van de abdij. Abt en monniken vluchtten en de abdijgoederen werden aangeslagen. In 1794 werd Sint-Truiden aangehecht bij de Eerste Franse Republiek. Na een korte periode in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, kwam Sint-Truiden vanaf 1830 onder het huidige Belgische bestuur te staan.

Na 1830 werden de leegstaande kloostergebouwen de nieuwe huisvesting van congregaties, die van Sint-Truiden een uitgesproken onderwijs- en verzorgingscentrum maakten.  Blijvend was de marktfunctie in een uitermate vruchtbare landbouwstreek.  De fruitteelt vanaf het einde van de negentiende eeuw zou daaraan heel eigen kenmerken geven.

Het is opvallend dat de eerste nieuwe straten en wijken er pas kwamen bij het begin van de 20ste eeuw.  Maar vanaf dan veranderde er steeds meer en in steeds snellere mate.  Zelfs de uit de middeleeuwen stammende gemeentegrenzen werden doorbroken.

Daardoor kwamen gemeenten met een eigen eeuwenoude geschiedenis bij mekaar terecht.  In Zepperen ging de jonge Trudo zijn bisschop opzoeken. In Brustem bouwden de graven van Loon een burcht tegen Sint-Truiden.  Duras herinnert aan de plaatselijke graven die zich vaak mengden in de conflicten rond abdij en stad.

Een middeleeuwse stad en veertien historische gemeenten vormen nu een prachtige staalkaart van oude tradities én moderne activiteiten in het vruchtbare land van Haspengouw.

Vandaag is Sint-Truiden een bruisende stad die leeft. Je kan er genieten van de rijke geschiedenis en de historische monumenten. Naast de monumenten worden er het ganse jaar door evenementen georganiseerd. Op vlak van cultuur, gastronomie, shoppen is er eveneens een ruim aanbod. Kortom; een stad die heel wat moois te bieden heeft en je dus zeker eens moet bezoeken!
(Fernand Duchateau)

 

Copyright 2019 - Privacy - Disclaimer